Stop Asking Questions We Can’t Answer Honestly

I’ve had enough of being asked questions I either can’t answer honestly or don’t feel comfortable even being asked. Yes I realize I can answer honestly but not without it affecting the power dynamics that are already suffocating or without being defined as a ‘difficult person’.

Why do so many of my colleagues, basking in white male priviledge, think its acceptable to make sexist or racist jokes with me – as if they were so beyond reproach (which they are certainly not). After such terrible inappropriate jokes and moments they ask: “that was ok right? – you know I was just kidding”. What am I suppose to say? These jokes are often very disrespectful and make me terribly uncomfortable but since you are my superior I can’t really say anything without repercussions.

Why do you always ask me – in public which makes it harder to say no – to take notes at a meeting or to get coffee or to organize the next social events? I don’t want to do these things and yet I always do, has nobody noticed this odd pattern? Why doesn’t anyone else speak up for me. As the minority – most junior, female and foreign … I need someone else to challenge this pattern.

The worst though is when I am approached with the following “everyone else agrees with X, hopefully you don’t have a problem with it.” Why even bother ask if you frame something this way especially since you know I have children and X is not compatible with children.

Story signed by: Forced to Fib

The story happened to me in the year(s) 2012-2014 at an academic institution in Flanders

“Lieve meid, lieve schat”

Mijn promotor noemde me een volledig jaar ‘lieve meid’ en ‘lieve schat’. Mijn mannelijke collega’s kregen geen ‘koosnaampjes’. Deze bejegening was erg betuttelend en paternalistisch. Ik ben vertrokken en dit was een van de redenen.

Story signed by: L.

The story happened to me as a PhD student in the year 2012 at an academic institution in Brussels

Beste Professor, toon aub wat meer respect voor…

Toen ik vol idealisme begon als vorser, was ik blij dat ik iets kon bijdragen aan mijn alma mater. Ik keek er naar uit, de collega’s, het onderzoeksleven en het opleiden van jonge leergierige studenten. Zo eentje zoals we zelf waren, al die jaren geleden.

Tijdens ons eerste gesprek viel u al meteen met de deur in huis. Of ik misschien toch liever niet zwanger zou worden tijdens mijn onderzoek. Want dat zou – volgens u – het onderzoek alleen maar bemoeilijken en er waren toch al genoeg onderzoekers en vrouwelijke professoren met kinderen. Bovendien zou het imago van de onderzoeksgroep hier wel eens onder kunnen lijden. Dus, als ik plannen had in die richting, best even opbergen. Voor een jaar of zeven.

Toen de onderzoeksgroep het wat minder deed, ging u – zoals een goede professor betaamt – op zoek naar ‘vers bloed’. U keek daarbij niet naar de opleiding, kwalificaties of diploma’s, maar wel naar het uiterlijk van de nieuwe werknemers. Dat de nieuwe werknemer in kwestie geen diploma, noch ervaring had, was bijzaak. Ze was een streling voor het oog – dat was blijkbaar voldoende. Dat u nadien, te pas en te onpas, ook aan de overige werknemers vroeg of u geen briljante keuze had gemaakt, vond u de normale gang van zaken.

Overigens, de opmerkingen die u samen met de andere collega’s maakte op personeelsfeestjes, daar had ik het toch wat moeilijk mee. Alsof die enkele kilo’s meer bij de ene collega echt een verschil maakten voor dat specifieke onderzoek. En of het kapsel, dat u liever wat langer zag, hét verschil zou maken in de academische wereld.

Beste professor, ik zou u toch willen vragen om iets meer respect te tonen voor de onderzoekers. Want binnenkort worden we meteen allemaal zwanger in de eerste week, wordt er geen onderzoek gedaan en moet u misschien zelf eens wat beginnen schrijven.

Story signed by: Bea

The story happened to me as a PhD Student in the year 2012 at an academic institution in Flanders

“A woman of color must be a member of the cleaning staff”

Moving out of my office to integrate a new one after having been freshly appointed as a professor, I was asked by a new PhD student who had just arrived at my former department whether I could take care of the boxes standing outside in the corridor.

I gave her a bewildred look and realized only shortly after that she had mistaken me for the cleaning staff. I told her that I ‘worked here’ (as if the cleaning personnel did not) and she apologized for her mistake.

While we ended up having a good laugh about the incident, it does show how racially marked and structured our university is that it is almost impossible to imagine a woman of color in any other position than that of a member of the cleaning staff.

This story happened to me as a Dr. Prof. in the year 2012, around an academic institution in Flanders.

“Do you have any other talent young lady, other than being so pregnant ?”

I participated in an election meeting for assistants with the two candidates Prof. X and Y, running for the dean position. I asked a question to X on his plan towards increasing women professors in the Law Faculty. I asked him why do we have so few role models and women around.

I was fully pregnant at the time. His answer was: ‘Well, yes, we have a few talented women’, he mentioned the names of one woman in Criminology, and a few in the Law Faculty, and he said ‘yes, they are very few’, clearly for him this was a matter of talent.

Then he asked me ‘what do you think young lady’, looking at my belly. I was fully pregnant and interpreted that, as been told openly, ‘that’s why we don’t have women professors, because you keep being pregnant all of you’.

He never gave me an answer to his plan as a dean to counteract the scarcity of women professors. I thought that was very sexist, being called young lady, and not being given any answer on his plan, but having asked the question back to me. I was not candidating myself to become dean. And what is more important it shows how unaware he is of the problem, thinking this is a matter of talent.

Story signed by : not so young, not a lady, and not pregnant anymore.

The story happened to me as a PhD student in the year 2012, around an academic institution in Flanders.

“Genderdiscriminatie bij Aanwerving ZAP”

Het hing al een tijdje in de lucht op de vakgroep dat er een BOF ZAP (=professor) positie ging komen rond mijn thema. Aangezien alle postdocs bij ons rond dat thema werkten, ging ik er van uit dat we hier allemaal voor konden kandideren en een eerlijke kans maakten in een faire procedure.

Met het oog op deze aankomende vacature had ik mijn inspanningen de voorbije twee jaar nog meer opgevoerd en had ik ondertussen een redelijk indrukwekkend cv uitgebouwd. Ik had bijvoorbeeld het meeste A1 publicaties (academische publicaties in toptijdschriften) van al mijn collega’s. Dit is normaal gezien een erg belangrijk criterium bij aanwervingen.

In 2012 werd ik onverwacht tijdens een receptie na een doctoraatsverdediging van een collega apart geroepen door mijn diensthoofden. Daar deelden ze mij mee dat ze ‘lang en hard hadden nagedacht’ en dat ze de BOF-ZAP positie aan mijn jongere mannelijke collega gingen ‘geven’. Op dat moment was de vacature zelfs nog niet uitgeschreven of bekendgemaakt en had er ook niks van procedure, sollicitatiedossier of gesprek plaats gevonden. Dit kwam voor mij volledig uit de lucht vallen. Ze hebben mij nooit om mijn CV of een motivatie of wat dan ook gevraagd. Ik had hun voordien duidelijk later weten dat ik mee wilde dingen voor deze job via de sollicitatieprocedure.

Nog voor ze objectieve criteria vergeleken hadden of wat dan ook, hadden ze al bepaald dat mijn jongere collega toch de beste was. Dit is uiteraard volledig tegen de procedure die moet gevolgd worden om een Bijzonder Onderzoeksfonds Professor – voor het leven – aan te stellen. Dit gaat om publieke middelen, dus dit moet gebeuren met een faire procedure om de beste kandidaat voor deze job te bekomen (ook externen moeten kunnen meedingen!). Daarenboven moet dit beslist worden door een groep onafhankelijke experts en niet door betrokken individuen die vriendschapsrelaties hebben opgebouwd met hun mensen.

Toen ik hen vertelde dat ik het oneens was met hun beslissing en de argumenten op een rijtje zette waarom de beslissing onfair was (ik heb meer A1s, ik heb een jaar en half meer ervaring, ik heb zes keer een visiting scholarship gedaan in het buitenland, ik heb 3 keer een prestigieuze beurs binnengehaald…) kwamen ze niet af met tegenargumenten.

Story signed by: M.

This story happened to me as a Post Doc in the year 2012, around an academic institution in Flanders.